BVNL dient motie in voor behoud kinderhartcentrum Groningen

Het ministerie van VWS wil drie van de vijf kinderhartcentra in Nederland sluiten. BVNL vreest dat veel kinderen in Nederland daardoor verstoken raken van levensreddende zorg. Daarom dienen wij een motie in voor het behoud van het kinderhartcentrum in Groningen.

Medisch en moreel onverantwoord
Als je kind (ernstig) ziek is, is dat een van de ergste dingen die je als ouder kan overkomen. Bij je kind kunnen zijn is dan van levensbelang, zowel voor het kind zelf, als voor de ouder(s). Als de plannen voor het centraliseren van de kinderhartzorg doorgang vinden, is dat voor veel ouders straks niet meer mogelijk. Zijn er nog maar twee gespecialiseerde centra voor kindercardiologie in Nederland, volgens de plannen in Utrecht en Rotterdam, dan betekent dat dat een groot deel van het land afgesloten wordt van noodzakelijke zorg voor ernstig zieke kinderen. BVNL vindt dit niet alleen medisch, maar ook moreel onverantwoord. “Een knettergek plan” noemde Wybren van Haga het al eerder.

Luxe-voorziening.
Hoewel ook artsen de voordelen van concentratie van dusdanig gespecialiseerde zorg erkennen, maken zij zich zorgen over de toegankelijkheid van die zorg, als veel kinderen straks alleen nog mijlenver van huis terecht kunnen voor behandelingen. Juist als er centra gesloten moeten worden, is geografische spreiding van de zorg des te belangrijker. Hartzorg is geen privilege voor kinderen die centraal in het land wonen, of ouders die in staat zijn iedere dag kilometers op en neer te rijden, of het zich kunnen veroorloven om dagen en soms wel wekenlang in een hotel te verblijven, om bij hun zieke kind te kunnen zijn. Op deze manier wordt kinderhartzorg een soort luxe-voorziening en dat zou absoluut niet moeten mogen. 

Recht op de best mogelijke zorg
Samen met Kim Feenstra sprak Van Haga zich uit over deze kwestie en diende Kamervragen in. Er werd een petitie gestart voor het behoud van het kinderhartcentrum in Groningen, die meer dan 250.000 keer werd ondertekend. Ook de Kinderombudsvrouw trok aan de bel en stuurde vorige maand een brief naar het ministerie van VWS, waarin zij inging op de schadelijke gevolgen die het plan van het ministerie zal hebben op patiëntjes en hun ouders. Hierbij wees zij op het Internationale Verdrag inzake de Rechten van Kind, waarin staat dat kinderen recht hebben op de best mogelijke gezondheidszorg. Dit betekent dat zorg beschikbaar en adequaat moet zijn, van hoge kwaliteit en toegankelijk zonder onderscheid. De overheid moet het maximale doen om dit te waarborgen voor alle kinderen in Nederland. Concentratie in het midden van het land komt duidelijk niet tegemoet aan dit recht. Wat BVNL betreft is het dus klip en klaar: het UMCG moet een van de twee kinderhartzorgcentra in Nederland blijven.

Ondanks het vele tegengeluid uit de maatschappij en van zorgprofessionals zelf, lijken de plannen te worden doorgezet. Weliswaar gaat minister Kuipers van VWS een nieuwe ‘impactanalyse’ laten uitvoeren, maar het voornemen om de zorg te concentreren in Utrecht en Rotterdam blijft vooralsnog staan. BVNL dient daarom tijdens het debat een motie in voor het behoud van het kinderhartcentrum in Groningen. Daardoor blijft noord-Nederland ontsloten voor kinderhartzorg, wat voor een grote groep kinderen en ouders niet alleen een opluchting, maar simpelweg noodzakelijk is.

Kinderrechten willens en wetens schenden
De impact van een hartaandoening is voor kinderen en ouders al heftig en moeilijk genoeg, zonder dat zij zich ook nog eens druk moeten maken over de vraag of zij überhaupt wel ergens terecht kunnen voor de zorg die zij nodig hebben. BVNL vindt het onacceptabel dat de minister hun recht op goede zorg willens en wetens wil schenden, onder het mom van ‘efficiency’. Zieke kinderen zijn niet slechts cijfers op basis waarvan je een koude berekening maakt. Zieke kinderen en hun ouders zijn mensen die hulp nodig hebben. BVNL wil hen die hulp blijven bieden