Kamervoorzitter geeft Van Haga gelijk, minister Kuipers op de vingers getikt

In antwoord op een officiële klacht van Tweede Kamerlid Wybren van Haga tegen D66-minister Ernst Kuipers van VWS wordt de BVNL-voorman door Kamervoorzitter Vera Bergkamp in het gelijk gesteld.

Controlerend instrument
Kuipers dacht zich in beantwoording op Kamervragen van Van Haga te kunnen bemoeien met het aantal en de frequentie van schriftelijke vragen, terwijl het stellen van Kamervragen één van de controlerende instrumenten is van een Kamerlid en tot zijn/haar taken behoort. 

Bergkamp zegt daarover in haar brief: “lk ben het met u eens dat het niet passend is dat de minister u aanspreekt op het aantal en de frequentie van de door u gestelde schriftelijke vragen. lk zal dit de minister laten weten.” 

BVNL complimenteert de Kamervoorzitter dat zij de controlerende instrumenten van Kamerleden bewaakt. Wel betreurt BVNL het dat Bergkamp de minister niet kapittelt over diens frame dat BVNL ‘smadelijke uitspraken’ zou hebben gedaan, bij het stellen van Kamervragen. 

Waarheidsvinding
“De Kamer controleert de minister en niet andersom. Middels Kamervragen achterhalen wij informatie die wij voor ons werk nodig achten en doen wij aan waarheidsvinding. Een minister die Kamervragen als ‘nepnieuws’ framed treedt buiten zijn boekje. Ik vertegenwoordig ruim 241.000 kiezers. Die verdienen respect vanuit het kabinet”, aldus Van Haga.

Wybren van Haga ontving onderstaande brief van de Kamervoorzitter:

Geachte heer Van Haga,

Graag bevestig ik de goede ontvangst van uw mail van 28 september 2022 inzake de beantwoording van uw schriftelijke vragen d.d. 27 september 2022 door de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).

Voor een goede uitoefening van de medewetgevende en controlerende taak van de Tweede Kamer is de inlichtingenplicht op grond van artikel 68 Grondwet cruciaal. Op basis van deze bepaling dienen ministers en staatssecretarissen mondeling of schriftelijk de door een of meer Kamerleden verlangde inlichtingen te geven waarvan het verstrekken niet in strijd is met het belang van de Staat. De verbetering van de informatievoorziening richting de Kamer is een essentieel thema en al jaren een punt van zorg. lk verwacht van de leden van het Kabinet dat zij zich actief inspannen om de Tweede Kamer tijdig en volledig te informeren.

Bij het aantreden van het nieuwe Kabinet heb ik de minister-president en alle bewindspersonen een brief gestuurd en hierbij gewezen op deze inlichtingenplicht. Dit onderwerp is ook aan de orde geweest tijdens mijn kennismakingsgesprekken met de kabinetsleden.

Hoewel het vaak goed gaat, krijg ik helaas ook signalen dat de informatievoorziening nog niet naar wens verloopt. Een voorbeeld hiervan is de klacht vanuit de Kamer dat schriftelijke vragen laat of onvoldoende worden beantwoord. Daarnaast hoor ik ook van de zijde van het Kabinet dat de informatievoorziening aan de Kamer veel vraagt van hun organisatie. Zij geven aan dat zij zich soms ook ‘overvraagt voelen’. In de beantwoording van uw vragen wordt u door de minister van VWS persoonlijk aangesproken op dit punt.

Het is voor mij belangrijk dit te weten, waarvoor dank. lk ben het met u eens dat het niet passend is dat de minister u aanspreekt op het aantal en de frequentie van de door u gestelde schriftelijke vragen. lk zal dit de minister laten weten.

Een afschrift van onze correspondentie zal ik sturen aan de nieuw ingericht Werkgroep Informatieafspraken van de Tweede Kamer. Zij kunnen uw melding betrekken bij hun werkzaamheden voor het verbeteren van de informatievoorziening.

Wat betreft uw slotopmerking over spreektijden verwijs ik graag naar mijn brief aan de leden van de Groep Van Haga d.d. 13 december 2021.

Met vriendelijke groet,

Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal