Kamerlid Van Haga: “Alles op alles om deze banenmotor voor toekomstige generaties te behouden”.

Op prachtige Nederlandse bedrijven, heuse banenmotors binnen onze economie, wordt een klopjacht gemaakt door klimaatfanaten. Na Shell is nu Tata Steel, goed voor 9.000 banen, aan de beurt.

“Wij hebben niets op met mensen die het wegjagen van grote bedrijven zien als hun core business”, aldus Tweede Kamerlid Wybren van Haga, die Tata Steel wél schoner en veiliger wil zien. “Schadelijke uitstoot moeten we voorkomen, daarom is mijn fractie benieuwd naar de kabinetsreactie op de visie van de vakbond FNV om het productieproces van Tata Steel binnen enkele jaren van kolen en grijze stroom naar groene stroom, aardgas en uiteindelijk waterstof te veranderen.”

Het vergroeningsplan van FNV is een antwoord op de toekomstvisie van de directie van het bedrijf. Die wil CO2 opslaan onder de zeebodem, waarvoor de overheid subsidie heeft uitgetrokken. FNV vindt dat dat geld beter kan worden gestoken in nieuwe installaties die het opslaan van CO2 overbodig maken en veel sneller de overlast voor de omgeving zou kunnen beperken. Dat moet dus gebeuren door gebruik te maken van groene stroom, aardgas en later ook waterstof. Er zijn 16.000 handtekeningen aangeboden die zijn verzameld met de petitie ‘Trots op Staal uit de IJmond’. Onder hen mensen die al generatie op generatie voor Tata Steel werken.

“Ik wil van het kabinet weten hoe zij naar het FNV-plan kijkt, waarbij de kosten uitkomen op zo’n 1,4 miljard euro. Houdt dat Tata Steel, met daarbij duizenden banen, in Nederland?”, aldus Van Haga, die deze vraag donderdag inbrengt bij een Kamerdebat. Daarbij stelt het Kamerlid wel dat de overheid zuinig moet zijn op een bedrijf als Tata Steel dat voor zo veel banen zorgt. “We moeten oppassen dat bedrijven door de duurzaamheidsgekte niet onnodig op kosten worden gejaagd en naar het buitenland vertrekken.”

“Duurzaamheid is goed, maar het moet wel technisch en economisch verantwoord zijn”